Muskaatboom of Nootmuskaat of Foelie
Myristica fragrans
Nootmuskaatfamilie (Myristicaceae)
De Banda-eilanden geheel beplant
De tot 16 meter hoge nootmuskaatboom is tweehuizig: er zijn mannelijke en vrouwelijke exemplaren. De ronde vruchten zijn geel met binnenin een rond zaad van 2 à 3 centimeter. Om dit zaad zit een prachtig rood vlies dat na drogen bruinachtig verkleurt: foelie. Het wordt als specerij gebruikt evenals het geraspte zaad: nootmuskaat o.a. toegepast in aardappelpuree en koek.
Nootmuskaat werd vanaf de 16e eeuw in Europa geïmporteerd. Het was een van de specerijen waarmee de VOC enorm rijk werd.
Alfred Russel Wallace, samen met Darwin de bedenker van de evolutietheorie, geeft in zijn boek ‘De Maleisische Archipel’ uit 1863 een beschrijving van de nootmuskaatcultuur op de Banda-eilanden, die bijna geheel beplant waren met nootmuskaatbomen. De vulkanische bodem en de hoge vochtigheid bleken hiervoor uitermate geschikt.
Thema's
Zowel de zaden als zaadmantels worden bij de productie van nootmuskaat gebruikt. De gedroogde zaadmantel wordt ook gebruikt als een specerij, dat bekendstaat onder de naam foelie.
Er wordt onderzoek gedaan naar de betekenis van Myristica fragrans voor medische toepassingen.
Details
| Omschrijving: | Boom, tot 10 m. tweehuizig. |
|---|---|
| Verspreiding: | Oorspronkelijk van de banda-eilanden en de noordelijke molukken in indonesië. |
| Leefgebied: | Laaggelegen bossen. |
| Jaarcyclus: | Wintergroene vaste plant, bloeit meermalig |
| Winterhardheid: | Tot 1 °c |
| Bloeiperiode: | Maart - juli |
| Bloemkleur: | Wit, geel |
| Notities bloemen: | De mannelijke en vrouwelijke bloemen verschijnen op aparte planten (tweehuizig). ze zijn beiden bleekgeel van kleur. |
| Vruchtperiode: | April - november |
| Vruchtkleur: | Diverse kleuren |
| Notities vruchten: | Okergele tot oranje kogelvormige doosvruchten met daarin een kogelrond zaadje (muskaatnoot), omringd door een dikke rode, olieachtige zaadmantel. |