• Agenda
  • Tuinen
  • Zoek een plant
  • Botanic guardians
  • Steun ons
  • home
  • nieuws
  • profielwerkstukken
  • kijk & luister
  • over ons
  • contact
English
  Terug naar zoekresultaten

Gele monnikskap

Aconitum vulparia

Ranonkelfamilie (Ranunculaceae)

Gevoelig

Al in de ijzertijd een pijlgif

Het geslacht monnikskap (Aconitum) kent een lange geschiedenis als gifplant. Alle delen van de plant zijn giftig, maar de zaden en wortels het meest. Monnikskap werd mogelijk al in de ijzertijd als pijlgif gebruikt en ook om tegenstanders uit het veld te ruimen was het een gerenommeerd middel. Het was ook in gebruik voor de executie van misdadigers bij de Romeinen en Grieken. Waarschijnlijk is de Latijnse naam afgeleid van het Griekse konè (doding). De soortnaam vulparia komt van het Latijnse vulpus (vos), een diersoort die met vergiftigd voedsel werd bestreden.

Lees meer »

Al in de ijzertijd een pijlgif

Het geslacht monnikskap (Aconitum) kent een lange geschiedenis als gifplant. Alle delen van de plant zijn giftig, maar de zaden en wortels het meest. Monnikskap werd mogelijk al in de ijzertijd als pijlgif gebruikt en ook om tegenstanders uit het veld te ruimen was het een gerenommeerd middel. Het was ook in gebruik voor de executie van misdadigers bij de Romeinen en Grieken. Waarschijnlijk is de Latijnse naam afgeleid van het Griekse konè (doding).
De soortnaam vulparia komt van het Latijnse vulpus (vos), een diersoort die met vergiftigd voedsel werd bestreden.

Ecologie en leefgebied

Gele monnikskap staat op beschaduwde tot halfbeschaduwde, vochtige, vrij voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende leem-, löss- en mergelgrond. Verder ook op stenige plaatsen. De plant groeit in natte loofbossen, vooral langs beken en in de omgeving van bronnen. Het verspreidingsgebied van deze Midden-Europese bergplant bereikt in het westen nog juist Nederland en België. Ze is alleen langs de Geul in Zuid-Limburg als wilde plant aangetroffen, elders wordt ze aangeplant. De vondsten in Zuid-Limburg sluiten aan bij de vroegere Belgische vindplaatsen. Langtongige hommels zorgen voor de kruisbestuiving. De bloem is bij uitstek aan hommels aangepast. De mondiale verspreidingsgebieden van monnikskap en het geslacht Bombus (hommel) zijn vrijwel identiek.

Bedreiging

In het wild komt gele monnikskap in ons land alleen voor in de kalkrijke bossen van Zuid-Limburg, en is dus een zeldzaamheid in ons land. Meer naar het oosten van Europa komt deze soort frequenter voor. Omdat de soort van open, redelijk lichte bosranden houdt, zijn dichtgroeien van het bos en vermesting de belangrijkste oorzaken van haar achteruitgang.

« Korte omschrijving

Aanwezig in:

Hortus Alkmaar
Hortus botanicus Leiden
Botanische Tuinen Universiteit Utrecht
Botanische Tuin Kerkrade
TU Delft Hortus Botanicus
Botanische Tuin De Kruidhof
Nederlands Openluchtmuseum

Thema's

Monnikskap werd mogelijk al in de ijzertijd als pijlgif gebruikt en was ook in gebruik voor de executie van misdadigers bij de Romeinen en Grieken. Waarschijnlijk is de Latijnse naam afgeleid van het Griekse konè (doding). De soortnaam vulparia komt van het Latijnse vulpus (vos), een diersoort die met vergiftigd voedsel werd bestreden.

Alle delen van de plant zijn giftig, maar de zaden en wortels het meest.

De bloem is bij uitstek aan hommels aangepast. De mondiale verspreidingsgebieden van monnikskap en het geslacht Bombus (hommel) zijn vrijwel identiek.

Details

Omschrijving: Overige kruidachtige planten, tot 1.25 m.
Streeknaam: Fries: gielmûtske
Verspreiding: Europa
Leefgebied: Natte loofbossen, vooral langs beken en in de omgeving van bronnen.
Jaarcyclus: Bladverliezende vaste plant, bloeit meermalig
Winterhardheid: Tot -10 °c
Bloeiperiode: Juni - augustus
Bloemkleur: Geel
Op z'n mooist: Juni - augustus

Verspreidingskaart

http://www.verspreidingsatlas.nl/0006

Bronnen

http://www.floron.nl/publicaties/rode-lijst-2012,
IUCNredlist.org
  Terug naar zoekresultaten
NVBT
  • Persinformatie
  • Contact
  •