Papierstruik
Edgeworthia tomentosa 'Grandiflora'
Peperboompjesfamilie (Thymelaeaceae)
Wonderschone onbekende
Papierstruik komt oorspronkelijk uit zuidelijk en oostelijk China. Door Philipp Von Siebold (1796-1866) is de struik, die al in de 16e eeuw in cultuur was in Japan, beschreven in de Flora Japonica. Papierstruik valt al in de winter op door de clusters van zilverwit behaarde hangende toefjes bloemknoppen aan de toppen van de twijgen. Deze twijgen zijn zo soepel dat er een knoop in gelegd kan worden en vertakken zich steeds in tweeën of drieën. Als de temperatuur in het voorjaar het toelaat gaan de kleine, witte buisbloemen open en wordt de diepgele kleur binnenin zichtbaar. Deze bloemen zijn van dichtbij zeer het bekijken waard en strelen behalve het oog ook de neus.
De cultuurplant ‘Grandiflora’ heeft iets grotere bloemen en is het beste bestand tegen vorst. In Japan wordt Edgeworthia op relatief grote schaal gekweekt om uit de bastvezels papier te maken.
Thema's
Is een kroonjuweel in Botanische Tuin Arboretum Oudenbosch.
Bastvezels worden gebruikt voor het maken van handgemaakt papier van hoge kwaliteit dat bestemd is voor kalligrafie en antiek behang. In het verleden ook voor bankbiljetten van hoge kwaliteit.
De plant is genoemd naar de Ier Michael Pakenham Edgeworth (1812-1881). Hij ging in 1831 voor de Britse East India Company naar India, waar hij ondermeer als politiechef werkte. Hij had grote belangstelling voor planten en verzamelde materiaal in India en Sri Lanka. Vanaf de Himalaya bracht hij rond 1850 de papierstruik of knopenstruik mee. Zijn herbariumcollectie wordt bewaard in de koninklijke botanische tuinen van Kew en in het herbarium van Oxford.
De sterke, aangename geur van de bloemen lokt de weinige insecten die al actief zijn in het vroege voorjaar.
In de traditionele Chinese kruidengeneeskunst worden de bloemen toegepast bij oogziektes ene schors en wortels gebruikt als pijnstiller en ontstekingsremmer.
Details
| Omschrijving: | Struik, gemiddeld 1 - 4 m. |
|---|---|
| Verspreiding: | Alleen in cultuur voorkomend. |
| Jaarcyclus: | Bladverliezende vaste plant, bloeit meermalig |
| Winterhardheid: | Tot -15 °c |
| Bloeiperiode: | Februari - april |
| Bloemkleur: | Wit, geel |
| Notities bloemen: | Groepje wit met gele buisbloempjes. |
| Vruchtkleur: | Paars |
| Notities vruchten: | De vruchten zijn paarsachtige steenvruchten en grotendeels bedekt door overblijfselen van de bloem. |
| Op z'n mooist: | Maart - april, december |