Grote kaardebol
Dipsacus fullonum
Kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
Stekelkop
Dipsacus betekent ‘ik heb dorst’ omdat de kaardebol regenwater vasthoudt in de bekkens die door de stengelbladen gevormd worden. Fullonum betekent 'van wolkammers'. Wol is er nooit mee gekamd, de stekels zijn niet sterk genoeg. Wel waren de bloemhoofdjes in gebruik als hulpmiddel om wollen laken te ruwen.
De stengels en bloemhoofdjes zijn bedekt met stekels. De kleine bloemetjes bloeien rondom en van beneden naar boven in het bloemhoofd tussen de stekels.
Kleine dieren komen drinken uit de waterbekkens van de bladeren. Als insecten erin vallen, worden ze door bacteriën verteerd. De plant gebruikt de vrijkomende voedingsstoffen.
In Nederland is kaardebol te vinden op vochtige plaatsen, in de berm, ruigten, dijken en in uiterwaarden. Kaardebol is een kortlevende plant.
Thema's
zowel in de westerse kruidenkunde als in de traditionele Chinese geneeskunde worden de wortels medicinaal gebruikt. De wortel wordt gebruikt als urine-, gal- en zweetafdrijvend middel, ook als wormmiddel en tegen jicht, artritis, reuma, geelzucht en galklachten. Kaardebol is een plant in onderzoek voor de behandeling van de ziekte van Lyme.