Nederlandse Vereniging Botanische Tuinen

Schone slaapster of rare snijboon?

Het betreft hier een bijzondere boom uit de Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae) met bladeren die een slaapstand hebben en met prachtige bloemen. De groeivorm lijkt sterk op die van bomen in de Afrikaanse savanne, breed uitgroeiend. De oorspronkelijke verspreiding van Albizia julibrissin is vermoedelijk beperkt tot Azerbeidzjan, Armenië en Georgië en de soort is daar bedreigd. Vaak wordt ook het gehele gebied van Iran tot Japan als verspreidingsgebied genoemd, maar vermoedelijk is hier voor een groot deel sprake van door de mens verspreid materiaal.

Perzische slaapboom komt pas laat in blad: ná half mei verschijnen de eerste groene bladtoefjes aan de horizontaal uitwaaierende takken. Maar daarna gaat het snel: uit die kleine bladtoefjes ontwikkelen zich decoratieve varenachtige bladeren die tot 40 cm lang kunnen worden en bestaan uit vele blaadjes. Ongeveer zes weken nadat de bladeren zichtbaar zijn geworden, verschijnen de poederkwast-achtige bloemhoofdjes. Deze staan op lange stelen en ze zijn erg opvallend door de roze meeldraden. En dan, eind september, is het feest alweer voorbij: de kleine blaadjes worden geel en vallen snel af. De lange, lange winterrust begint weer.

Albizia is genoemd naar Filippo degli Albizzi, een natuurliefhebber die een exemplaar van Albizia julibrissin in 1749 meenam van Constantinopel (Istanbul, Turkije) naar Florence (Italië). De soortnaam ‘julibrissin’ komt uit het Farsi ‘gul-i-abrischin’.  ‘Gul’ betekent bloem en ‘abrischin’ betekent zijde; dit verwijst naar de lange, zijdeachtige meeldraden.

Details

  • Genus:
  • Albizia
  • Omschrijving:
  • boom, struik, tot ca. 10 m.
  • Verspreiding:
  • Azerbeidzjan, Armenië en Georgië
  • Winterhardheid:
  • Tot -15 °C
  • Bloemkleur:
  • roze  
  • Notities bloemen:
  • ver uitstekende roze meeldraden.
  • Vruchtperiode:
  • September - Oktober

Thema's

  • Zowel uit bloemen, bast als zaden worden stoffen gewonnen voor diverse toepassingen. Stoffen in de bloemen gebruikt men tegen slapeloosheid, als rustgevend middel en tegen kortademigheid en geheugenproblemen. Uit de bast worden onder andere saponinen gewonnen die een kankerremmende werking hebben.
  • Een uitzonderlijke boom, die ook nog voor een beetje beweging zorgt. De plant heeft een duidelijk dag/nachtritme, net als verschillende andere soorten uit de Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae). Aan de voet van de bladeren tussen bladsteel en bladschijf zit een ‘gewricht’ met daarin dunwandige (parenchym)cellen. ‘s Ochtends verliezen de onderste cellen hiervan water, terwijl de bovenste juist water opnemen: het blad ‘klapt open’. In de avond gebeurt het omgekeerde: de onderste cellen nemen weer water op en het blad gaat omhoog (‘dicht’). Deze wateropname wordt veroorzaakt door verhoging van de osmotische waarde in de cel als gevolg van de opname van ionen. Via het lichtgevoelige pigment fytochroom worden dan ‘ion-opname-pompjes’ in de celmembraan geactiveerd. Dit ‘openen en sluiten’ van de blaadjes wordt nyctinastie genoemd en zorgt ervoor dat de bomen er overdag en ’s nachts heel anders uitzien
  • Pas in 1772 beschreef Antonio Durazzini de plant en vernoemde deze naar Filippo degli Albizzi. Durazzini schreef in zijn publicatie Albizia met slecht één 'z'. George Bentham, een Engelse botanicus, schreef de naam in 1836 feitelijk juist met dubbel 'z' als Albizzia. Maar volgens de nomenclatuurregels geldt de eerste (oudste) geldig gepubliceerde naam, en daarom is de correcte naam van het geslacht Albizia. Het is niet duidelijk of de soort oorspronkelijk in Turkije voorkwam, ofschoon dit wel het land is van waaruit Filippo degli Albizzia hem in 1749 in Italië introduceerde.
  • Oliën uit de zaden kunnen worden ingezet bij de samenstelling van zeep, shampoo en als UV-protector in cosmetische producten. De vruchten openen zich zelden; in Nederland rijpt het zaad niet.
Naar zoekresultaten