Nederlandse Vereniging Botanische Tuinen

In de zomer bloeien in de hooilandjes orchideeën, wilde margrieten, ratelaars en veldlathyrus. Wie op het goede moment komt, treft de zwartblauwe rapunzel en klimopbremraap, uiterst zeldzame planten. Een dobbe  (veedrenkput) uit ca 1250 ligt verborgen achter het neogotische Godsdiensthuis uit 1888, thans theehuis.
Het beheer is intensief. Borders worden gewied en in het voorjaar indien nodig ook licht bemest. In de mergelvallei en zoomvegetatie in de kuil (ontstaan in de kelderruimte van de voormalige pastorie) is er soortbeheer (selectief wieden). Het hooiland wordt gemaaid na half juni. Half september wordt het in zijn geheel gezeisd en maaisel wordt afgevoerd. In de kruidentuin wordt ingezaaid, herplant e.d. Na de bloei wordt de lavendelhaag geknipt, later in het jaar de gamanderhaag. In de stinsentuin worden bepaalde onkruiden zoals fluitenkruid ingetoomd. De akker wordt in het najaar gespit en opnieuw ingezaaid. Het esdoornlaantje wordt jaarlijks tot tweejaarlijks geknot en hagen geknipt.

titel
titel
Naar tuinen overzicht